Reviews

Frank Zielhorst - Reviews

Griezelen als 100 jaar geleden in Paard

 

Residentie Orkest voorziet Nosferatu van live soundtrack

 

Het was zaterdag 6 mei griezelen in Paard. De grote zaal was omgetoverd tot een bioscoop waar de horrorklassieker Nosferatu werd vertoond. Nu is Nosferatu een stomme film en, zoals voor aanvang werd uitgelegd, kan een film niet zonder geluid. Gelukkig was daar het Residentie Orkest om de film van een soundtrack te voorzien. Dit kon niet voorkomen dat de film eerder komisch dan eng was, maar het zorgde wel voor een unieke ervaring.

 

 

Al enige jaren is het Residentie Orkest een graag geziene gast in Paard. Onder de noemer Symphonic Junction speelt het orkest met verschillende gasten of rond verschillende thema’s een gevarieerd programma. Vanavond dient het gezelschap als live orkest dat de stomme film Nosferatu begeleidt. Deze horrorklassieker uit 1922 was in zijn tijd enorm vooruitstrevend. Vooral de scènes waarin de schaduw van Dracula, eh, Nosferatu de arme hoofdrolspeelster belaagt, worden nog steeds onderwezen op filmscholen.

 

De klapstoeltjes in de grote zaal zijn vrijwel allemaal gevuld als Floris Kortie een korte uitleg geeft van wat er vanavond allemaal gaat gebeuren. Hij spreekt over het effect van muziek op film, over de achtergrond van het ontstaan van Nosferatu en over dat we blij mogen zijn dat de film nog bestaat. Als het aan de erfgenamen van Bram Stoker, auteur van Dracula, had gelegen, waren alle exemplaren namelijk vernietigd.

 

 

 

Dan is het eindelijk tijd voor de film. Dirigent Frank Zielhorst tikt af en het griezelen kan beginnen. Hoewel, naar huidige maatstaven is Nosferatu op geen enkele manier eng meer te noemen. Sterker nog, het overacteren zorgt zo nu en dan voor bulderende lachsalvo’s van het publiek. Wat wel fascinerend is, is hoe de beelden en de muziek van het orkest bij elkaar passen. In vrolijke scènes is de muziek licht om naarmate de spanning stijgt steeds donkerder te worden. Ook geluidseffecten als een tikkende klok of het slaan met een hamer worden live gespeeld. Het is duidelijk dat de dirigent de film vaak gezien heeft. Als na 90 minuten de slotnoot heeft geklonken, is het applaus dan ook terecht luid en valt een staande ovatie het orkest ten deel.

 

De grote zaal van Paard als concertzaal roept gemengde gevoelens op. Het geluid is uitstekend. Ieder afzonderlijk instrument, en dat zijn er nogal wat, is prima te horen. Voor een Symphonic Junction met staanplaatsen is de zaal dan ook erg geschikt. Anderhalf uur op net iets te weinig comfortabele klapstoeltjes doet echter verlangen naar een theater of concertzaal die meer op dit soort evenementen is ingericht. Dit is echter slechts een kleine smet op een prachtige avond muziek waarop het Residentie Orkest een waar huzarenstukje afleverde.

 

7 mei 2017 - Tekst: Marco Vlot | Foto’s: Maarten Ederveen

 

Sinfonia Viva, Derby Theatre, 7.2.17

 

Cog wheels, gears, levers, gravity – not obvious song material. But of course Sinfonia Viva and the Derby schoolchildren and students taking part in the orchestra’s latest schools residency project aren’t going to be fazed by a trifling consideration like that.

 

After a short film of the project in action, it was over to Viva and the students, performing the songs and instrumental pieces they had written on the theme of ‘Mechanical Advantage’. Composer and workshop leader James Redwood provided his usual inventive orchestral arrangements, as well as acting as the evening’s compère, a welcome innovation for these concerts, as was the film.

 

The imaginative structuring of the student pieces and the kids’ mastery of their intricacies were impressive, as always. The count-down to lift-off of Derby College’s instrumental Diabolic Parabola included some subtle canonic touches. Gravity, Don’t Ground Me, sang the children of Becket Primary School; their opposite numbers from Firs Estate Primary school introduced us to the unpleasant creatures living On the Dark Side of the Moon; Chellaston Academy’s instrumental Power of Five included some impressive solo and small group moments. In another new feature, the audience had a role to play, with the ‘clapping chorus in three groups’ in the song Ratio 345, about gear ratios and their overlapping patterns, as well as joining in the call ‘load, effort, fulcrum, distance!’ that punctuated the final song, Levers, by James Redwood with words by Hazel Gould.

 

With Dutch conductor Frank Zielhorst making his Sinfonia Viva debut, the orchestra added its own contributions. The interlocking patterns of Michael Torke’s Adjustable Wrench were neatly dovetailed, the mid-air ending left hanging delightfully. Workers’ Union, by Louis Andriessen, requires the orchestra to combine tightly disciplined rhythmic playing with a choice of actual notes from only approximate notation, with compelling results. The perpetual-motion machine that is the finale of Ravel’s G major Violin Sonata, in Graham Hall’s imaginative orchestration, was kept spinning purposefully and, as a counterbalance, the first movement of Brahms’ Serenade No 1 brought some open-air freshness to the evening.

 

With so much uncertainty facing musical activity in schools, Viva’s residencies remain a cause for celebration.

 

 

Innemende zangprestaties in Der Kaiser von Atlantis

 

Het is telkens weer indrukwekkend om te ervaren hoe met Der Kaiser von Atlantis componist Viktor Ullmann en librettist Peter Kien tot ver over de drempel van de dood hun stemmen laten klinken. De makers van de opera, omgebracht in Auschwitz, hebben hun werk zelf nooit gehoord. Maar sinds de herontdekking in 1975 heeft het stuk een wereldwijde triomftocht gemaakt.

 

Met zijn fabel over een keizer die 'een zegenrijke oorlog' ontketent, maar wordt gedwarsboomd door de Dood, die niemand meer wil laten sterven, leverde Kien in 1943 een briljante allegorie op het Hitler-regime met een universele lading, die - helaas - wel altijd actueel zal blijven. Ullmann componeerde er muziek bij waarin ernst en lichtvoetigheid hand in hand gaan.

 

Dat alles komt nu tot leven in een nieuwe productie, geregisseerd door Robin Coops, waarin het tijdloze van het verhaal wordt benadrukt door de sobere, gestileerde vormgeving. Alle personages gaan in het zwart gekleed. Er zijn niet meer attributen dan een aantal blokvormige objecten en zes schijnwerpers die de spelers onder meer gebruiken om elkaar te belichten. De belichting is wel erg schemerig gehouden; ook doordat de schijnwerpers menigmaal op het publiek zelf worden gericht, is soms moeilijk te zien wat er op het toneel gebeurt.

 

Vele diepe gedachten

 

Aan de ene kant van het bescheiden speelvlak zit, achter elkaar als in een bus of trein, het New European Ensemble. Onder leiding van Frank Zielhorst brengt het de vele tinten en sferen van Ullmanns muziek, met prominente accenten van banjo, trompet en harmonium, helder naar voren, daarbij geholpen door de korte afstand tot het publiek.

 

De zeven jonge zangers leveren stuk voor stuk innemende en expressieve prestaties, waarbij ze - al is dat tevens een verdienste van Ullmann - zang en spraak vanzelfsprekend in elkaar laten overgaan. Wiard Witholt als de Keizer en Nanco de Vries als de Dood hebben een belangrijk aandeel, maar in feite zijn de rollen nagenoeg gelijkwaardig.

 

Veel meer dan een uur duurt de voorstelling niet, maar in die korte tijd passeren er, zowel muzikaal als inhoudelijk, ondanks de luchtige toonzetting vele diepe gedachten.

 

Volkskrant - Frits van der Waa - 7 mei 2016

Ullmann – Der Kaiser von Atlantis

 

De opera ‘Der Kaiser von Atlantis’ van Viktor Ullmann beleefde zijn postume wereldpremière in 1975 in Amsterdam. Ter gelegenheid van de dodenherdenking van 4 mei 2016 bracht de stichting M31 Foundation ‘Der Kaiser von Atlantis’ in het kader van het programma ‘Theater na de Dam’ terug naar Amsterdam.

 

Der Kaiser von Atlantis

 

De vaste lezers van Opera Nederland hebben geen uitleg nodig over de opera ‘Der Kaiser von Atlantis’ van Viktor Ullmann (1898-1944). Eerder werden al opvoeringen van het werk in Berlijn, Warschau, Münster en Gelsenkirchen besproken en eind vorig jaar nog werd een uitvoering in Amsterdam behandeld.

 

De eenakter ‘Der Kaiser von Atlantis’ is een indrukwekkend werk, een belangrijk tijdsdocument en een wrang testament, dat sentimenten losmaakt zoals bijna geen enkel ander modern muziekdramatisch werk doet. Ullmann componeerde de opera in het concentratiekamp Theresienstadt en repeteerde het werk in augustus en september 1944, voordat hij een maand later in Auschwitz werd vermoord samen met zijn librettist Peter Kien, hun echtgenotes en hun ouders. Ook de vertolker van de titelrol bariton Walter Windholz en de 20-jarige, tweede violist Heinrich Taussig – die als wonderkind op zijn dertiende al dertig vioolconcerten uit het hoofd kon spelen – werden in 1944 in Auschwitz vermoord.

 

‘Der Kaiser von Atlantis’ beleefde uiteindelijk zijn postume wereldpremière pas in 1975 in Amsterdam in een eerste poging tot reconstructie van het werk door Kerry Woodward. Onder anderen Meinard Kraak, Roberta Alexander, Tom Haenen, Adriaan van Limpt en Inge Fröhlich zongen de veeleisende partijen. Nu ruim veertig jaren later presenteert de stichting M31 Foundation ter gelegenheid van de dodenherdenking 2016 ‘Der Kaiser von Atlantis’ in samenwerking met de Nederlandse Reisopera, New European Ensemble en Theater na de Dam.

 

Robin Coops (1988) – artistiek leider en oprichter van M31 Foundation – brengt op introverte en sombere wijze het verhaal over Keizer Overall (“Deutschland über alles”), wiens absolute macht gebroken wordt wanneer de Dood weigert om de mensen verder te laten sterven. De opvoering speelt zich af in een dode ruimte met blokken en schijnwerpers; schijnwerpers die nooit echt goed de gezichten van de personages vinden. Het geheel is onbestendig in plaats, tijd en persoon en er is geen werkelijke focus.

 

De partijen van ‘Der Kaiser von Atlantis’ zijn met zeven Nederlandse zangers bezet. Kaiser Overall wordt gezongen door de bariton Wiard Witholt, wiens lyrische stem goed past bij de keuze voor Ullmans tweede, afgezwakte versie van de slotaria met de milde, levensbevestigende muziek op tekst van Felix Braun (ook al zou dramaturgisch de sterkere, cynische tekst van Kien de voorkeur hebben gehad). De mezzosopraan Ellen van Beek zingt met grote inzet de dramatische partij van Der Trommler. Voor haar is gekozen voor de eerste versie van de aria van de Trommler in de eerste scène met het gewaagde citaat op de vervreemde melodie van het Deutschlandlied. De bas-bariton Nanco de Vries is Der Tod met een lekkere lage Des in de finale van de eerste scène. De bariton Marijn Zwitserlood zingt de “Schreckungsmeldungen” van de Lautsprecher, de tenor Erik Slik is een heldere Harlekin en de Soldaten zijn de tenor Jacques de Faber en de sopraan Donij van Doorn.

 

Tijdens de repetitieperiode in blok L 411 van Theresienstadt bracht Ullmann veel veranderingen aan in het werk. Een dirigent van ‘Der Kaiser von Atlantis’ dient derhalve in staat te zijn de verschillende aantekeningen tijdens compositietijd en repetitietijd van elkaar te onderscheiden om de zin en intentie van het werk te begrijpen. Dirigent Frank Zielhorst leidt het instrumentale ensemble uitstekend en de solistische bezetting geeft goed het intieme karakter van de muziek weer. Gekozen is voor de piano als begeleider van de recitatieven, niet met klavecimbel. Voor het finaleterzet van de eerste scène wordt de autograaf van Ullmann aangehouden. De Dodendans-minuet wordt echter niet – zoals in de autograaf – in zijn geheel aan het begin van de tweede scène gespeeld, maar – zoals in de Scott-editie – opgedeeld in een deel aan het begin en een deel aan het einde van de tweede scène.

 

En dat is het fascinerende aan ‘Der Kaiser von Atlantis’. Iedere uitvoering van de opera vandaag de dag is een unieke reconstructie met meerdere opties voor aria’s en instrumentatie. De opera blijft je bezighouden en iedere keer zijn er weer nieuwe aspecten te ontdekken.

 

Opera Nederland - Bart Grietens - 4 mei 2016